Inleiding (66 uur)  

 


De inleidende cursus is opgebouwd uit:

1. Inleiding in het systeemdenken
In het eerste blok van de inleidende cursus maakt de cursist kennis met het systeemdenken. Onderwerpen zijn: de filosofie van het systeemdenken, systemisch denken in de partner-relatie en gezinstherapie, ontwikkelingen in het systeemdenken, belangrijkste systemische concepten en misverstanden over de systemische benadering.

2. De organisatie van het gezin als een sociaal systeem
In de cursus wordt uitgegaan van drie kernmodellen gericht op herhalingsproces, structuur en betekenisgeving als kernvariabelen van de organisatie van interacties.

Het herhalingsprocesmodel richt zich op de repeterende sequenties en patronen in de interactie. Kernconcepten zijn recursieve loops, cycle, sequenties en regel.
Het structuurmodel richt zich op de ongeschreven regels die bepalend zijn voor hoe de gezinsleden zich gedragen. Deze regels hebben betrekking op afgrenzing, hiërarchie en conflicthantering.
Het betekenisgevend model (meaningful system) richt zich op de premissen (belief system), etikettering, interpunctiegewoonten, mythen, narratieven, en constructen waarmee gezinsleden hun waarnemingen organiseren.

Deze kernmodellen komen aan bod in de onderdelen:

  • Cybernetische (circulaire) processen
  • Communicatieve processen
  • Triadische structuren
  • Disfunctionele interactie patronen en structuren

3. De horizontale dimensie: het sociale systeem als een systeem in ontwikkeling (levensloop en het leven van alledag)
Aan het systemisch denkmodel is een ecologisch en levensfase stressorenmodel toegevoegd. Dit model gaat uit van het denken in ontwikkelingsfasen en in een specifieke stresstheorie. Als antwoord op stressoren uit de omgeving of van binnenuit het gezin, moeten gezinsleden zichzelf anders gaan organiseren. Daardoor is er groei en ontwikkeling mogelijk. Klachten en symptomen kunnen gezien worden als een teken dat gezinsleden vastzitten en moeite hebben om zich anders te organiseren.

Kernconcepten zijn: lifecycle, fasegebonden stress, eerste en tweede ordeverandering.

4. De verticale dimensie: het sociale systeem met zijn geschiedenis en erfenissen
Een sociaal systeem wordt niet alleen door ontwikkeling maar ook door stabiliteit gekenmerkt. Deze stabiliteit, het vermogen zichzelf te handhaven, schuilt niet alleen in het recursieve karakter van interacties, maar ook in de gezamenlijke 'geschiedenis' van gezinsleden. Het is het geheel aan opvattingen en verhalen waarmee gezinsleden definiëren wie ze zijn en hoe ze met elkaar hebben leren omgaan. In dit onderdeel komt met name de intergenerationele stroming aan bod.

Kernconcepten: genogram, loyaliteit, delegatie, collusie, mythe, geheimen.

5. Vraagstukken met betrekking tot gender en culturele verschillen
In deze inleidende cursus wordt aandacht besteed aan vraagstukken met betrekking tot gender en culturele verschillen. Dat gebeurt ook in het blok partner-relatieproblematiek, geschiedenis en erfenissen, en in de oefeningen.

6. Wetenschap en systemische psychotherapie
Met ingang van 2009 is een door de NVRG verplichte cursus toegevoegd. Centraal staat vergroten van basiskennis over de wetenschappelijke kanten van systemische psychotherapie. Het doel is in staat te zijn wetenschappelijke artikelen kritisch te lezen en te beoordelen op relevantie voor systemische psychotherapie.